Geen kunst aan
Eerlijk gezegd kijk ik er niet vaak naar, maar soms bekijk ik het programma Opium op Oerol via NPO Start. Als ik dat doe heb ik meteen fijne associaties met alle (kampeer)keren dat ik op het eiland was tijdens dit theaterfestival. Het programma stopt, vanwege bezuinigingen net zoals andere culturele programma’s. Jammer, maar helaas is hierop van toepassing, een aan ons taalgebruik toegevoegde uitdrukking van de onlangs overleden Wim T. Schippers. Waar moet dat heen, zijn door Barend Servet vertolkte vinyl versie, dat hij samen schreef met Gied Jaspers onder zijn pseudoniem Jacques Plafond; lijkt van toepassing op de culturele sector.
Cultuur moet het vaak ontgelden en kunst wordt regelmatig weggezet als ‘linkse hobby’ of ‘subsidie verslindend elitespeelgoed’, zoals ik las in een tekst van theatermaker Joost Oomen die het opneemt voor de kunstenaars, de makers en de dromers. Terwijl populistische stemmen bepleiten dat er geen cent meer naar concertzalen, musea of theaters zou moeten gaan, stelt Oomen juist dat deze plekken essentieel zijn voor wie wij zijn als mens. Kunst maakt ons tot wie wij zijn, stelt hij.
Zoals de voetballiefhebber kan genieten van de kunstige schoonheid van de balbehandeling van Messi kan een ander zich tijdens het Bachfestival in Dordrecht laten meevoeren door de klanken van trompettist Avishai Cohen. Alleen jammer dat de ene vorm qua ondersteuning meer wordt gewaardeerd dan de ander. Het maakt niet uit welke kunstvorm je bewondert, geniet er vooral van. En als je zelf aan de slag gaat met om het even wat gaf schrijver Kurt Vonnegut het volgende advies:
‘Beoefen elke kunst, muziek, zang, dans, acteren, tekenen, schilderen, beeldhouwen, poëzie, fictie, essays, reportage, het maakt niet uit hoe goed of hoe slecht, en niet voor roem en geld, maar om wording te ervaren, om uit te zoeken wat er binnenin je leeft, om je ziel te laten groeien.’